U wilt de kostprijs berekenen van een product. Om een kostprijsberekening op te stellen, heeft u twee methoden tot uw beschikking. De delingscalculatiemethode en de equivalentiecijfercalculatie. Beide methoden zijn weer onderverdeeld in een enkelvoudige methode en een meervoudige methode.
In de kennisbank WEKAFinancieel treft u vele praktijkvoorbeelden aan die u een vereenvoudigde weergave bieden van de theoretische uitleg over kostprijsberekening. U kunt deze Kennisbank nu bovendien 90 dagen onbeperkt uitproberen voor slechts €1,- per dag! Binnen een paar muiskliks bent u op weg naar betere financiële beslissingen en meer grip op de zaak.
De delingscalculatiemethode heeft betrekking op gemiddelden. Het is een methode waarbij de in totaal over een bepaalde periode gemaakte kosten worden gedeeld door het aantal producten dat in diezelfde periode is gemaakt. Deze deling resulteert in de gemiddelde kosten per stuk. De delingscalculatie kan worden toegepast in de vorm van een enkelvoudige, tweevoudige of meervoudige berekening. De toepassing van deze methode is echter beperkt tot situaties waarin de kosten per kostendrager strikt gescheiden worden geadministreerd.
De equivalentiecijfermethode kan worden toegepast bij een productieproces met meerdere producten, waarbij de verschillende producten gebaseerd zijn op dezelfde basismaterialen of vergelijkbare productieprocessen. In tegenstelling tot bij de delingscalculatie geldt bij de equivalentiecijfermethode niet de eis dat de kosten strikt gescheiden per product worden geadministreerd. De kosten kunnen als één totaal voor alle producten worden geadministreerd en vervolgens met equivalentiecijfers worden toegerekend aan de verschillende producten.
Bij een kostenprijsberekening per kostendrager worden de kosten van de organisatie toegerekend aan kostendragers. Deze kostendragers kunnen verschillende vormen aannemen en zijn meestal de 'prestaties' die binnen een bedrijf zijn geleverd. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn:
Wat de kostendrager is waaraan men kosten wil toerekenen, is een keuze van de organisatie en is afhankelijk van het doel dat men met de kostprijsberekening voor ogen heeft. Meestal zijn dit de eindproducten of diensten van de organisatie, maar het kan ook een andere eenheid binnen de organisatie zijn waarvan men vindt dat het zinvol is om daar kosten aan toe te rekenen (bijvoorbeeld het toerekenen van kosten aan klanten om dit te kunnen vergelijken met de opbrengsten van die klanten).
Bij de kostprijsberekening per kostendrager worden de geleverde prestaties (bijvoorbeeld geproduceerde eenheden eindproduct) vergeleken met de som van de directe kosten en de indirecte kosten die aan de kostendrager zijn toegerekend.
De delingscalculatiemethode heeft in wezen betrekking op gemiddelden. Door de in totaal over een bepaalde periode gemaakte kosten te delen door het aantal producten dat in diezelfde periode is gemaakt komt u tot een kostprijsberekening. Deze deling resulteert in de gemiddelde kosten per stuk. Hieruit kan worden afgeleid dat de mogelijkheden voor een zinvolle toepassing van deze manier van calculeren zeer beperkt zijn.
De voorwaarden voor toepassing van de tweevoudige delingscalculatie om tot een kostprijsberekening te komen wijken op één punt af van de enkelvoudige delingscalculatie: de geproduceerde hoeveelheid en de afgezette hoeveelheid kunnen verschillen, dat wil zeggen dat veranderingen in de voorraad eindproducten kunnen worden meegenomen bij de kostprijsberekening.
U kunt de kostprijs ook berekenen aan de hand van een meervoudige delingscalculatie. Deze vorm van kostprijsberekening geeft de mogelijkheid meerdere productiefasen (en daardoor verschillende voorraden met tussenproducten per productiefase) calculatorisch gedifferentieerd te berekenen. De voorwaarde daarvoor is dat per productiefase de kosten en productiehoeveelheid over dezelfde periode worden berekend.
Bij de meervoudige delingscalculatie worden de productiekosten per productiefase bepaald. Bovendien worden over dezelfde periode per productiefase de binnengekomen en gebruikte hoeveelheden (uit de vorige productiefase) bepaald en de geproduceerde hoeveelheid.
Om tot een kostprijsberekening te komen met de enkelvoudige equivalentiecijfercalculatie gelden drie voorwaarden: er moeten gelijksoortige producten worden gemaakt, geen voorraadwijzigingen bij tussenproducten of halffabricaten, geen voorraadwijzigingen bij eindproducten.
Voor de meervoudige equivalentiecijfercalculatie geldt dat eventuele magazijnvoorraden met tussenproducten en eindproducten kunnen worden meegenomen in de calculatie. Let op, de beperking blijft dat het nog steeds om gelijksoortige producten moet gaan! In tegenstelling tot bij de delingscalculatie geldt bij de kostprijsberekening via de equivalentiecijfermethode niet de eis dat de kosten strikt gescheiden per product worden geadministreerd. De kosten kunnen als één totaal voor alle producten worden geadministreerd en vervolgens met equivalentiecijfers worden toegerekend aan de verschillende producten.
Direct aan de slag met kostprijsberekening via equivalentiecijfercalculaties: op WEKAFinancieel.nl vindt u de benodigde werkbladen in Excel! En nog veel meer. U kunt deze Kennisbank nu bovendien onbeperkt uitproberen voor slechts €1,- per dag! Binnen een paar muiskliks bent u op weg naar betere financiële beslissingen en meer grip op de zaak.