| ‹ vorige volgende › | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inhoudsopgave
|
Auto van de zaak Geschreven door: Jacqueline Nietveld* X Jacqueline Nietveld Het is niet altijd eenvoudig vast te stellen of er vanuit een fiscaal oogpunt bezien al dan niet sprake is van een auto van de zaak. U bent verantwoordelijk voor het op de juiste wijze vaststellen van de fiscale bijtelling vanwege het privégebruik van de auto van de zaak. Sinds 1 januari 2010 zijn er vier categorieën voor de bijtelling van de auto van de zaak. In welke categorie de auto is ingedeeld, is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Afhankelijk van de ouderdom van de auto is hier nog een vijfde categorie aan toegevoegd. In dit artikel:
Auto van de zaak Fiscale bijtelling auto van de zaak voor privédoeleinden De werknemer die een auto van de zaak ter beschikking gesteld krijgt die ook voor privédoeleinden gebruikt mag worden, krijgt te maken met een fiscale bijtelling. Vanaf 2010 geldt er een viertal percentages, namelijk 0%, 14%, 20% en 25%. De percentages hebben te maken met de CO2-uitstoot van de auto. Het uitgangspunt voor een bijtelling is een percentage van ten minste 25%, de lagere percentages zijn slechts van toepassing als aan de CO2-kwalificatie wordt voldaan. Hoe zuiniger de auto, des te lager het percentage van de bijtelling. De bijtelling bedraagt 0% als de CO2-uitstoot van de auto 0 gram per kilometer is. De bijtelling bedraagt 14% als de CO2-uitstoot van de auto lager is dan:
De bijtelling bedraagt 20% als de CO2-uitstoot van de auto:
Bij een auto die zowel op lpg/aardgas als op benzine rijdt, mag voor de CO2-uitstoot worden uitgegaan van een auto die op aardgas/lpg rijdt. Dit is van belang omdat de CO2-uitstoot bij aardgasauto's circa 20% lager is dan bij benzineauto's. Voor lpg-auto's is dit percentage zo'n 10% lager. Door uit te gaan van de uitstoot bij lpg- of aardgasgebruik komt een auto dus eerder voor een bijtelling van 14% of 20% in aanmerking. Indien geen sprake is van geen/c.q. kwalificerende uitstoot voor een bijtellingspercentage van 0, 14, respectievelijk 20, geldt de 'standaardbijtelling' van 25%. De hier besproken grammen uitstoot CO2 met de daarbij behorende percentages gelden per 1 januari 2012. Vanaf 1 juli 2012 vindt periodiek een aanpassing van het aantal grammen CO2 uitstoot plaats. Dit betekent dat men in de toekomst eerder te maken krijgt met een hoger bijtellingspercentage. Overzicht bijtellingspercentages jaren 2011 tot en met 2015
Overgangsregeling Voor zuinige en zeer zuinige auto's waarvan de datum eerste tenaamstelling ligt vóór 1 juli 2012, geldt een overgangsregime. Dit luidt als volgt:
Datum tenaamstelling bepaalt bijtelling Voor auto's waarvan de datum eerste tenaamstelling ligt op of na 1 juli 2012, geldt het volgende. Op de datum eerste tenaamstelling bepaalt men de bijtelling voor het privégebruik auto. Als deze bijtelling 14% of 20% is, geldt dit verlaagde bijtellingspercentage 60 maanden. De termijn van 60 maanden start op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de datum eerste tenaamstelling valt. Op de laatste dag van de termijn van 60 maanden bepaalt de werkgever opnieuw het bijtellingspercentage volgens de normen die dan gelden. Dat nieuwe percentage geldt dan weer voor 60 maanden. Het bijtellingspercentage en de termijn van 60 maanden zijn gekoppeld aan het kentekenbewijs. Zij blijven gelden als de auto van eigenaar of werknemer wisselt.
Bewijs lager percentage De wettelijke regeling is zodanig vorm gegeven dat in principe altijd de 25%-bijtelling geldt, tenzij de werkgever het lager van toepassing zijnde percentage kan bewijzen. Bij excessief privégebruik van de auto moet de werkelijke waarde van het gebruik belast worden. Daarvan mag worden afgetrokken:
RDW raadplegen voor CO2-uitstoot Hoeveel de CO2-uitstoot van de auto bedraagt, kan de werkgever vinden op het milieulabel en op het zogenoemde certificaat van overeenstemming. Dit certificaat kan de werkgever opvragen bij de fabrikant of de importeur. Voor het bepalen van de CO2-uitstoot kan de werkgever ook het brandstofverbruiksboekje van de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) raadplegen of de website van de RDW (www.rdw.nl). Schematisch overzicht: het ter beschikking stellen van een auto Het begrip ter beschikking stellen Het autokostenforfait is van toepassing als de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Een auto wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de werknemer de auto op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt. In de volgende situaties is in ieder geval sprake van een aan de werknemer ter beschikking gestelde auto:
Geen privégebruik moet aantoonbaar zijn Als een werkgever een auto aan de werknemer verstrekt voor een enkele zakelijke rit, moet de werknemer er rekening mee houden dat de belastingdienst het standpunt kan innemen dat sprake is van een ter beschikking gestelde auto. Omdat in deze situatie geen sprake is van privégebruik, is er geen loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd als dit aantoonbaar is.
Voorbeeld 1 Een werknemer heeft de beschikking over een auto van de zaak die hij ongelimiteerd voor privédoeleinden mag gebruiken. Het voordeel bestaande uit dit privégebruik vormt een onderdeel van zijn totale beloning voor zijn werkzaamheden. De werkgever moet het voordeel in de loonadministratie betrekken. Voorbeeld 2 De werknemer beschikt niet over een auto van de zaak, maar gebruikt zijn eigen auto. Voor het woon-werkverkeer en zakelijk verkeer ontvangt hij een vergoeding van € 0,55 per kilometer. De werknemer ontvangt een vergoeding van de werkgever van € 16.500,– (30.000 kilometer × € 0,55). De totale kosten van de auto bedroegen € 17.000,–. Omdat de werkgever nagenoeg alle kosten vergoedt, kan de belastingdienst het standpunt innemen dat hier sprake is van een ter beschikking gestelde auto door de werkgever aan de werknemer. Voorbeeld 3 Een werknemer mag de auto van de zaak na afloop van de werktijd mee naar huis nemen. In de regel zal sprake zijn van een auto die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Auto ter beschikking gesteld door een ander dan de werkgever Het is mogelijk dat een werkgever overweegt om niet zelf een personenauto aan een werknemer ter beschikking te stellen, maar dit te laten doen door een bedrijf waarin de werkgever een grote zeggenschap heeft. Zelfs in zo'n situatie moet het autokostenforfait worden toegepast. Begrip auto volgens de wet Een auto is in dit kader een personenauto of een bestelauto in de zin van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. Er bestaat een aantal uitzonderingen hierop. De werkgever mag namelijk het autokostenforfait niet toepassen voor een bestelauto:
1. Bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen Een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, is bijvoorbeeld een auto met alleen maar een bestuurdersstoel. Of een bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, hangt met name af van de feiten en omstandigheden. De werkgever dient als loon aan te geven de waarde in het economische verkeer van het privégebruik verminderd met de eventuele bijdrage van de werknemer voor het privégebruik betaald aan de werkgever. Bestelauto Bij het ter beschikking stellen van een bestelauto aan een werknemer kunt u in overweging nemen, indien mogelijk, om een bestelauto ter beschikking te stellen die zich niet kwalificeert als auto in de zin van het autokostenforfait. Denk hierbij aan een bestelauto zonder enige passagiersstoel. Het feit dat er een passagiersstoel aanwezig is, is overigens niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of de bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. In een uitspraak van 18 september 2009 oordeelde de Hoge Raad als volgt. Ook wanneer meer dan één stoel aanwezig is in de bestuurderscabine van een bestelauto, kan onder omstandigheden sprake zijn van een bestelauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. In casu waren in de cabine geen voorzieningen aangebracht die waren gericht op het vervoer van goederen. De bijrijdersplaats was bestemd voor iemand die meehielp de goederen in- en uit te laden. In latere rechtspraak heeft de rechter de hier besproken lijn gecontinueerd. Bestelauto mede voor privédoeleinden Een werknemer heeft voor zijn ambulante werkzaamheden de beschikking over een bestelauto die naar aard en inrichting uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. De bestelauto heeft een catalogusprijs van € 20.000,–. De werkgever heeft hem toestemming verleend de auto mede voor privédoeleinden te gebruiken zonder dat de werknemer daarvoor een vergoeding is verschuldigd. Aan de hand van een kilometeradministratie staat vast dat de werknemer 5000 kilometer privé heeft gereden. De kilometerprijs van de auto bedraagt € 0,30. Het genoten voordeel bedraagt 5000 × € 0,30 = € 1.500,–. 2. Bestelauto die buiten werktijd niet gebruikt kan worden Een bestelauto die buiten werktijd niet gebruikt kan worden, is bijvoorbeeld een bestelauto die de werknemer buiten werktijd op het bedrijfsterrein moet plaatsen en waarbij de werkgever controleert of dit ook daadwerkelijk gebeurt. 3. Bestelauto waarvoor een verbod op privégebruik geldt De werkgever mag het autokostenforfait niet toepassen als hij privégebruik van de bestelauto heeft verboden. Ook moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
De belastingdienst heeft een voorbeeldafspraak ter zake van verbod op privégebruik opgesteld. De werkgever kan de voorbeeldafspraak downloaden op de site van de belastingdienst. Als de werkgever een afwijkende afspraak hanteert, loopt de werkgever het risico dat de belastingdienst stelt dat de afspraak niet voldoet. Om dit risico te voorkomen kan de werkgever de afspraak ter goedkeuring voorleggen aan: Belastingdienst/Oost/Coördinatiepunt privégebruik auto
Bevindingen bewaren Leg goed vast hoe de naleving van het verbod van privégebruik is gecontroleerd. Bewaar de bevindingen bij de loonadministratie.
Passende sanctie Een passende sanctie bij overtreding van het verbod van privégebruik is bijvoorbeeld een geldboete, verhaal op de werknemer van de nageheven loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet of ontslag.
Voorbeeldafspraak Een voorbeeldafspraak inzake verbod op privégebruik auto kan de werkgever downloaden op de internetsite van de belastingdienst. Ook hebben wij een dergelijke voorbeeldafspraak opgenomen. Autokostenforfait De hoogte van het autokostenforfait wordt bepaald aan de hand van de volgende factoren:
Waarde van de auto Voor het bepalen van de waarde van de auto moet de werkgever een aantal situaties onderscheiden.
Accessoires tellen niet mee Sinds 1 juli 2006 mogen bij de vaststelling van de waarde van de ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto de accessoires die door de dealer zijn aangebracht, niet worden meegenomen bij auto's waarvan het kenteken op of na 1 juli 2006 is toegekend. Cataloguswaarde uitgangspunt autokostenforfait Voorbeeld 1 Een werknemer krijgt een auto ter beschikking gesteld. De auto is uitgerust met een door de fabrikant aangebracht schuifdak, speciale wielen en spoilers. De catalogusprijs van deze auto bedraagt € 40.000,–. Een standaarduitvoering van hetzelfde model kost € 35.000,–. De autokostenfictie wordt in dit voorbeeld berekend over € 40.000,–. Voorbeeld 2 De werknemer krijgt een auto ter beschikking gesteld waarvan het kenteken is afgegeven na 1 juli 2006. De cataloguswaarde van deze auto in standaarduitvoering bedraagt € 35.000,–. Vervolgens rust de dealer de auto uit met speciale wielen en banden, schuifdak en radio. Door de wijzigingen kost de auto € 41.000,–. Voor de berekening van het autokostenforfait wordt nu uitgegaan van een cataloguswaarde van € 35.000,–. Uit deze voorbeelden blijkt dat het voor de werknemer fiscaal voordeliger is een standaarduitvoering aan te schaffen en die vervolgens, dus later door de dealer, te laten 'optuigen'. Als tussen het moment van bestelling en aflevering van de auto de catalogusprijs van de auto wijzigt, is op basis van de huidige opvattingen van de belastingdienst de prijs op het tijdstip van afgifte van het kentekenbewijs deel I doorslaggevend. Voor de bepaling van de fiscale bijtelling geldt de Nederlandse catalogusprijs als uitgangspunt. Dit betekent dat wanneer de werkgever bijvoorbeeld een auto least in het buitenland, niet de (vaak lagere) buitenlandse catalogusprijs als uitgangspunt voor de bijtelling mag worden genomen. Eigen bijdrage werknemer De Hoge Raad bepaalde in een uitspraak dat als de werknemer zelf in de aanschafprijs van de auto van de zaak heeft bijgedragen deze bijdrage betrekking heeft op zowel het privégebruik als het zakelijk gebruik. De betaling door de werknemer is dus deels een vergoeding voor privégebruik en deels een uitgaaf in verband met de dienstbetrekking. Indien de werkgever echter uitdrukkelijk met zijn werknemer is overeengekomen dat de bijdrage van de werknemer in zijn geheel bestemd is als bijdrage ter zake van privégebruik, kan het gehele bedrag als bijdrage privégebruik fiscaal in aanmerking worden genomen. Een juiste en zorgvuldige etikettering is dus essentieel. Het gevolg van een en ander is dat de werknemersbijdrage moet worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op het zakelijke gebruik en een deel dat betrekking heeft op het privégebruik. Het zakelijk deel is niet aftrekbaar van het autokostenforfait, het privédeel wel. Omdat een eenmalige eigen bijdrage betrekking heeft op meerdere jaren van gebruik van de auto van de werkgever, moet deze aan meerdere jaren worden toegerekend. De verwerking van een eenmalige bijdrage aan een auto van de zaak door de werknemer geschiedt als volgt: de werkgever moet de bijdrage toerekenen aan de verwachte gebruiksduur van de auto;
Autokostenforfait Het van toepassing zijnde percentage van het autokostenforfait is als volgt:
Bijtelling ten minste 25% In beginsel bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van de auto 25% van de cataloguswaarde van de auto. Als het privégebruik echter hoger is, kan de bijtelling op een hoger bedrag worden vastgesteld. In de praktijk komt dit niet veel voor. Bovendien moet de inspecteur bewijzen dat de werkelijke waarde van het privégebruik hoger is dan het autokostenforfait. Bijtelling meer dan 25% De inspecteur kan stellen dat de bijtelling meer bedraagt dan 25% als de werknemer de auto onbeperkt privé mag gebruiken, terwijl de werknemer bijvoorbeeld een dienstverband heeft van slechts een dag per week. Bijtelling 0% Onder de 0%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot maximaal 0 gram per kilometer is.
Bijtelling 0% Als de eerste tenaamstelling van een auto met CO2-uitstoot van maximaal 0 gram per kilometer in de periode 1 januari 2014 tot 1 januari 2016 valt, geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7%. Bijtelling 14% Onder de 14%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot maximaal:
Bij een auto die zowel op lpg/aardgas als op benzine rijdt, mag voor de CO2-uitstoot worden uitgegaan van een auto die op aardgas/lpg rijdt. Dit is van belang omdat de CO2-uitstoot bij aardgasauto's circa 20% lager is dan bij benzineauto's. Voor lpg-auto's is dit percentage zo'n 10% lager. Door uit te gaan van de uitstoot bij lpg- of aardgasgebruik komt een auto dus eerder voor een bijtelling van slechts 14% in aanmerking. Bijtelling 25% en 14% De cataloguswaarde van een auto is € 22.000,–. De bijtelling voor privégebruik auto bedraagt € 5.500,– (25% van € 22.000,–) op jaarbasis. Als het een auto betreft waarvoor een bijtelling van 14% geldt, bedraagt de bijtelling € 3.080,–. Bijtelling 20% Onder de 20%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot:
Bijtelling 35% De hiervoor beschreven bijtellingspercentages gelden voor auto's die niet meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Daarnaast geldt een apart bijtellingspercentage van 35 wegens privégebruik voor auto's die langer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. Geen bijtelling Wil een werknemer een bijtelling voorkomen, dan moet hij laten blijken dat hij de auto voor niet meer dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis voor privédoeleinden gebruikt. Hiervoor geldt de vrije bewijsleer. We zullen een aantal bewijsmogelijkheden behandelen.
Werkgever is op de hoogte van onjuistheid De vrijwaring geldt niet als de werkgever op de hoogte is van de onjuistheid van de verklaring. Bijvoorbeeld, omdat de werkgever weet dat de werknemer de auto heeft gebruikt voor een vakantie naar Frankrijk. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de declaratie van buitenlandse brandstof.
Kilometeradministratie Indien de werknemer geen 'verklaring privégebruik' aan de werkgever overhandigt, zal de werkgever in beginsel 25%, dan wel 14%, 20% of 0% (afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto) van de cataloguswaarde van de auto als loon in aanmerking nemen. Als uit ander bewijs blijkt dat het privégebruik per kalenderjaar maximaal vijfhonderd kilometer bedraagt, kan de bijtelling achterwege blijven. In de praktijk komt het er vaak op neer dat de werknemer een sluitende kilometeradministratie moet bijhouden. De staatssecretaris van Financiën heeft regels gegeven waaraan naar zijn opvatting een sluitende kilometeradministratie moet voldoen. Er is ten behoeve hiervan een zogenoemde rittenstaat ontwikkeld. Per 2009 geldt een vereenvoudigde rittenadministratie. Werknemers kunnen voor bestelauto's in bepaalde gevallen volstaan met een vereenvoudigde rittenregistratie. Uitgangspunt is dat de rittenregistratie verplicht blijft, maar dat de werknemer niet meer alle ritinformatie op het registratieformulier hoeft te vermelden, zolang de informatie (zakelijke adressen) maar uit de administratie van het bedrijf kan worden gehaald. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat de werkgever schriftelijk met de werknemer heeft afgesproken dat:
De werkgever kan ook een eigen (afwijkende) afspraak maken met de werknemer over de vereenvoudigde rittenregistratie. Deze afspraak moet de werkgever vervolgens ter goedkeuring aan de belastingdienst voorleggen en de werkgever moet daarbij duidelijk aangeven waar de afspraak afwijkt van de voorbeeldafspraak. In de vereenvoudigde rittenregistratie moet de werknemer het volgende opnemen:
Gegevens per dag:
Maakt de werknemer een privérit, dan moet hij ook de volgende gegevens in de vereenvoudigde rittenregistratie vermelden:
Geen zakelijke ritten vermelden De werknemer hoeft in de vereenvoudigde rittenregistratie geen zakelijke ritten te vermelden. Immers in de (project)administratie van de werkgever zijn de zakelijke adressen die de werknemer heeft bezocht, al aanwezig. Collectieve afspraken met de inspecteur Met de competente inspecteur van de werkgever kan de werkgever vooraf collectieve afspraken maken over de toepassing van het autokostenforfait van de werknemers. De collectieve afspraak geldt uitsluitend ten aanzien van werknemers die een verklaring ondertekenen, waarin is opgenomen dat de werknemer akkoord gaat met de afspraak die door tussenkomst van de werkgever is getroffen. Werknemers die al een afspraak hebben met hun inspecteur, blijven daaraan gebonden. Als de gemaakte afspraken niet zijn nageleefd, kan de werknemer zich ter voorkoming van een bijtelling niet op de afspraak beroepen. De werknemer moet dan op een andere manier laten blijken dat de bijtelling op nihil moet worden gesteld. Als in de afspraak tussen de werkgever en de werknemer, bijvoorbeeld in een werkgeversverklaring, meerdere van de volgende elementen voorkomen, zal de inspecteur de afspraak eerder als aanvaardbaar bewijs accepteren:
Verklaring geen privégebruik Als de werknemer de auto niet meer dan 500 kilometer op jaarbasis voor privédoeleinden gaat gebruiken, kan hij een 'verklaring geen privégebruik' bij de belastingdienst aanvragen. Als de belastingdienst een dergelijke verklaring afgeeft aan de werknemer, moet deze een kopie van de verklaring overhandigen aan de werkgever. De werkgever kan dan de bijtelling in verband met de auto van de zaak achterwege laten. Als blijkt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, legt de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op aan de werknemer en niet aan de werkgever. De belastingdienst legt in deze situatie alleen een naheffingsaanslag op aan de werkgever als deze wist dat de 'verklaring geen privégebruik' ten onrechte was aangevraagd, omdat de werkgever weet dat de werknemer de auto meer dan vijfhonderd kilometer op jaarbasis gebruikt voor privédoeleinden. De werkgever is dan niet te goeder trouw. De bewijslast hiervan ligt bij de inspecteur. De 'verklaring geen privégebruik' kan door de belastingdienst of de werknemer gedurende het kalenderjaar worden ingetrokken. Vanaf dat moment moet de werkgever de bijtelling voor het privégebruik tot het loon van de werknemer rekenen. De werkgever hoeft zijn loonadministratie niet te corrigeren met terugwerkende kracht voor de maanden waarin de werknemer wel beschikte over de verklaring geen privégebruik. De belastingdienst zal een naheffingsaanslag aan de werknemer opleggen.
'Verklaring geen privégebruik' intrekken De belastingdienst of de werknemer kan de 'verklaring geen privégebruik' gedurende het kalenderjaar intrekken. Vanaf dat moment moet de werkgever de bijtelling voor het privégebruik tot het loon van de werknemer rekenen.
Bijtelling privégebruik achterwege laten De werkgever kan de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak achterwege laten als de werknemer aan de werkgever een 'verklaring geen privégebruik' aan de werkgever kan overhandigen. Eindheffing bestelauto's met doorlopend afwisselend gebruik Als bestelauto's, in verband met de aard van het werk, doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking worden gesteld, kan de werkgever aansluiten bij de praktische regeling. De praktische regeling houdt in dat de werkgever in een dergelijke situatie de eindheffing kan toepassen op het voordeel van het privégebruik. De eindheffing bedraagt € 300,– per bestelauto op jaarbasis. Praktische regeling Bij een koeriersbedrijf wordt de bestelauto op maandag en donderdag gebruikt door werknemer X, op dinsdag door werknemer Y en op woensdag en vrijdag door werknemer Z. De werkgever kan de eindheffing van € 300,– toepassen op het voordeel van het privégebruik. Overigens merken wij op dat bestelauto's die door de aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen, het autokostenforfait niet van toepassing is. Als toch privé wordt gereden met deze bestelauto's, moet het werkelijke voordeel van het privégebruik worden belast.
Wisselend doorlopend gebruik bestelauto Gebruikt werknemer X de hele week de auto, werknemer Y de daaropvolgende hele week en werknemer Z de hele week daarna, dan is er geen sprake van wisselend doorlopend gebruik van de bestelauto. Eigen bijdrage werknemer voor privégebruik Bij het bepalen van het loon in natura inzake de ter beschikking gestelde auto moet ook rekening worden gehouden met een eventuele vergoeding die de werknemer heeft betaald voor het privégebruik. In de praktijk komt het vaak voor dat ofwel het privégebruik is gelimiteerd – bijvoorbeeld niet tijdens vakanties – ofwel er een vergoeding voor het privégebruik moet worden betaald. Een andere variant is dat de werknemer de auto ook tijdens vakanties mag gebruiken, maar dat hij de kosten van brandstof, tolgelden, enzovoort die aan derden zijn betaald, voor eigen rekening moet nemen. In de situatie dat een werknemer aan zijn werkgever een vergoeding voor het privégebruik moet betalen, kan de werkgever deze vergoeding in mindering brengen op de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto. Eigen bijdrage voor privégebruik De cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde auto aan de werknemer bedraagt € 25.000,–. De werknemer betaalt een vergoeding van € 113,– per maand voor het privégebruik aan de werkgever. Op jaarbasis heeft de werknemer dus een vergoeding betaald van € 1.356,–. Het door de werkgever in aanmerking te nemen loon bedraagt dan € 6.250,– (€ 25.000,– × 25%) verminderd met € 1.356,– is € 4.894,–. Wachtdienstregeling Als de werknemer voor een wachtdienst een auto van de zaak krijgt, worden de gereden kilometers tijdens deze wachtdienst als zakelijk aangemerkt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Autokostenforfait voor autoverkopers In de autobranche is vaak sprake van wisselend gebruik van auto's. Hierdoor is het lastig om de grondslag voor de bijtelling van het privégebruik vast te stellen. In de Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche staat een manier beschreven waarop werkgevers in de autobranche het voordeel van het privégebruik kunnen vaststellen. Werkgever en werknemer spreken schriftelijk een 'vaste' auto af. Een vaste auto is de auto die de werknemer na werktijd mee naar huis mag nemen. Deze waarde van deze vaste auto geldt als grondslag voor de bijtelling (of het achterwege laten daarvan) wegens privégebruik van de ter beschikking gestelde auto, ook, onder voorwaarden, wanneer de werknemer een vervangende auto gebruikt.
Handreiking bijtelling privégebruik Met ingang van 1 januari 2009 is de Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche van toepassing voor werkgevers in de autobranche. Voorheen gold de 'Autodealerregeling'. In het buitenland wonende werknemers Werknemers die in het buitenland wonen en als werknemer werkzaam zijn in Nederland, moeten in Nederland belasting betalen over de inkomsten die toerekenbaar zijn aan Nederland. Hieronder kan ook het voordeel uit een ter beschikking gestelde auto vallen. In buitenland wonende werknemer Een werknemer woont in Duitsland en werkt in loondienst in Nederland voor een in Nederland gevestigde bv. Op grond van het verdrag tussen Nederland en Duitsland is de belastingheffing over deze inkomsten toegewezen aan Nederland. De werkgever moet hierbij ook rekening houden met het autokostenforfait. Wijzigingen in de loop van een jaar Het komt regelmatig voor dat er in de loop van een jaar mutaties plaatsvinden in het autobezit van een werknemer. In dergelijke gevallen moet het autokostenforfait 'naar tijdsgelang' worden toegepast. Voorbeelden zijn:
Wijzigingen tijdens het kalenderjaar Voorbeeld 1 Een werknemer treedt op 1 maart van enig jaar in dienst en heeft vanaf dat moment de beschikking over een personenauto met een catalogusprijs van € 40.000,–. Het autokostenforfait bedraagt 8.333,– (€ 40.000,– × 25% × 10/12). Voorbeeld 2 De werknemer heeft van 1 januari 2010 tot en met 30 april 2010 een auto van de zaak gehad met een cataloguswaarde van € 35.000,–. Van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010 heeft de werknemer een auto van de zaak gehad met een cataloguswaarde van € 40.000,–. Het autokostenforfait bedraagt 9.583,– (€ 35.000,– × 25% × 4/12 + € 40.000,– × 25% × 8/12). Administratieve verplichtingen werkgever De werkgever moet per loontijdvak in de loonaangifte bij de vraag: 'waarde privégebruik auto', het bedrag dat correspondeert met 25% van de waarde van de auto vóór aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer opgeven. Het gaat om het tijdsevenredige bedrag, dus 25%-bijtelling op kalenderjaarbasis gedeeld door het aantal loontijdvakken, dat de werkgever hanteert. Het bedrag van de eigen bijdrage van de werknemer geeft de werkgever bij de desbetreffende vraag in de loonaangifte op. Als er sprake is van een milieuvriendelijke auto, geeft de werkgever 0%, 14% dan wel 20% (afhankelijk van de CO2-uitstoot) van de waarde van de auto aan vóór aftrek van de eigen bijdrage voor privégebruik van de werknemer. De werkgever moet in de aangifte loonheffingen een code invullen indien geen bijtelling van de ter beschikking gestelde auto wordt toegepast. De werkgever vult in de rubriek 'Code reden geen bijtelling auto' één van de volgende codes in:
Kostenberekening maken Het is raadzaam om voor de aanvang van een kalenderjaar een berekening te (laten) maken van enerzijds de (netto)gevolgen van de bijtelling van het autokostenforfait en anderzijds van die van het verstrekken van een kilometervergoeding (bovenmatig deel). Daarnaast spelen uiteraard voor beide opties de kosten die de werkgever moet maken, een medebepalende rol. Auto van de zaak en werkkostenregeling Bij toepassing van de werkkostenregeling kan de bijtelling (indien van toepassing) nooit onder de forfaitaire vrijstelling van 1,4% worden gebracht. De bijtelling behoort tot het (normale) belastbare loon van de werknemer. Raadpleeg het artikel Werkkostenregeling. Auto van de zaak Vraag en antwoord Een werknemer heeft de beschikking over een personenauto van de zaak. Hij gebruikt deze auto in het geheel niet privé. Onder welke omstandigheden hoeft de werkgever het voordeel van de auto niet tot het loon van de werknemer te rekenen? De werknemer moet een 'verklaring geen privégebruik' bij de belastingdienst aanvragen. Als de belastingdienst een dergelijke verklaring afgeeft, moet de werknemer deze verklaring overhandigen aan de werkgever. De werkgever loopt dan niet het risico dat de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet oplegt aan de werkgever, tenzij de werkgever wist dat de verklaring ten onrechte was aangevraagd. De werknemer zal zelf wel aannemelijk moeten kunnen maken dat hij de auto voor niet meer dan vijfhonderd kilometer voor privédoeleinden heeft gebruikt. Hij kan dit doen aan de hand van bijvoorbeeld een sluitende kilometeradministratie. Een werknemer heeft de beschikking over een bestelauto van de zaak. Hij gebruikt deze auto in het geheel niet privé. Onder welke omstandigheden hoeft de werkgever het voordeel van de bestelauto niet tot het loon van de werknemer te rekenen? De werknemer moet een 'verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto' met zijn werkgever bij de belastingdienst aanvragen. Als de belastingdienst een dergelijke verklaring afgeeft, moet de werkgever deze verklaring in zijn administratie opnemen. De werkgever loopt dan niet het risico dat de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet oplegt aan de werkgever, tenzij de werkgever wist dat de verklaring ten onrechte was aangevraagd. In principe mag er bij deze verklaring geen enkele privékilometer gereden worden. Zodra dit zal gaan gebeuren, moet dit gemeld worden aan de belastingdienst. Vanaf dat moment zal de werkgever de van toepassing zijnde loonheffingen moeten inhouden en afdragen. Of uiteindelijk deze bijtelling correct is, kan alleen blijken als er een sluitende kilometerverantwoording op jaarbasis is. Gelet op de aard van de hier besproken verklaring zal deze er normaliter niet zijn. De bijtelling zal dan ook in de praktijk vanuit fiscaal oogpunt bezien (men kan niet bewijzen dat er minder dan 500 kilometer privé op jaarbasis is gereden) als correct gelden. De werknemer met een bestelauto van de zaak gebruikt deze voor een privérit. Tijdens de rit wordt de werknemer opgeroepen voor een spoedklus. De privérit wordt dus omgebogen in een rit met een zakelijk karakter. Is dit een zakelijke rit? Het karakter van de rit is bepalend. Dit verandert tijdens de rit van privé in zakelijk. Alleen de eerste kilometers worden aangemerkt als privékilometers. Ook als tijdens een zakelijke rit van de gebruikelijke route wordt afgeweken voor bijvoorbeeld familiebezoek, vormen de omrijkilometers gebruik voor privédoeleinden. Meerdere werknemers maken gebruik van dezelfde personenauto van de zaak. Geldt dat voor ieder van hen het autokostenforfait van toepassing is wanneer zij de auto allen voor meer dan vijfhonderd kilometer per jaar privé gebruiken? Het autokostenforfait is op een individuele werknemer van toepassing. Het autokostenforfait moet worden bepaald aan de hand van het feitelijke privégebruik van deze medewerker. Auto van de zaak Model Aanvulling op de arbeidsovereenkomst inzake verbod op privégebruik van de ter beschikking gestelde bestelauto De ondergetekenden: en zijn het volgende overeengekomen: Artikel 1. Ter beschikking gestelde bestelauto De werkgever heeft met ingang van .......... de volgende bestelauto aan de werknemer ter beschikking gesteld: .......... (merk, type, kenteken en waarde van de bestelauto inclusief btw en – voor bestelauto's aangeschaft m.i.v. 1 juli 2005 – BPM). Artikel 2. Verbod op privégebruik Het is de werknemer niet toegestaan om de bestelauto voor privédoeleinden te gebruiken. Artikel 3. Toezicht op naleving door de werkgever De werkgever houdt voldoende toezicht op de naleving van het verbod op privégebruik van de bestelauto. Artikel 4. Sancties Indien uit welke hoofde dan ook door de werkgever wordt geconstateerd dat het verbod op privégebruik door de werknemer wordt overtreden, worden de volgende sancties opgelegd:
Artikel 5. Tijdsduur Deze overeenkomst gaat in op .......... en is voor onbepaalde tijd overeengekomen/van toepassing tot .......... (doorhalen wat niet van toepassing is). Artikel 6. Overige bepalingen:
Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te .......... (plaats) op ..........(datum ondertekening).
Toelichting Let op: elk model zal op een concrete situatie moeten aansluiten. Aangezien aanvullingen op arbeidsovereenkomsten verstrekkende gevolgen voor werkgever en werknemer kunnen hebben, is het advies om elk aangepast model door een deskundige te laten reviewen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ‹ vorige volgende › | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||