| ‹ vorige volgende › | |
Inhoudsopgave
|
Bezwaar en beroep
Tussen een ondernemer en de belastingdienst kan op enig moment discussie ontstaan over de btw-heffing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de belastingdienst die een boete oplegt waar de ondernemer het niet mee eens is, of over de vraag hoe de btw-wetgeving moet worden uitgelegd. Als de ondernemer het niet eens is met een formele beslissing van de belastingdienst, kan in de meeste gevallen bezwaar worden ingediend. In de bezwaarprocedure wordt de beslissing van de desbetreffende inspecteur dan heroverwogen door een andere inspecteur. Nadat deze heroverweging heeft plaatsgevonden, doet de inspecteur uitspraak op het bezwaarschrift. Tegen deze uitspraak kan vervolgens – indien gewenst – beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Vervolgens kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. Tot slot kan tegen de uitspraak van het gerechtshof cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld. De Hoge Raad gaat niet meer inhoudelijk in op de feiten, maar toetst uitsluitend of de btw-wetgeving correct is toegepast. Voor de bezwaar- en beroepsprocedures gelden enkele formele spelregels. Wanneer deze niet worden gevolgd, bestaat de mogelijkheid dat het bezwaar en/of beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dit betekent veelal dat de zaak niet (inhoudelijk) in behandeling wordt genomen en de beslissing van de belastingdienst in stand blijft. In dit artikel wordt ingegaan op de hoofdlijnen van de bezwaarprocedure en het beroep bij de rechtbank. In dit artikel:
Registreer nu of log in om dit volledige artikel te lezenOnbeperkt toegang tot dit artikel plus alle voorbeelden, modellen, checklists en de Adviesdesk?
In drie klikken maakt u 90 dagen onbeperkt kennis met de module Btw. |
| ‹ vorige volgende › |