| ‹ vorige volgende › | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inhoudsopgave
|
Cafetariasysteem optie tot individualiseren van arbeidsbeloning Geschreven door: Adelien van Leeuwen* X Adelien van Leeuwen Cafetariasystemen of arbeidsvoorwaarden à la maken het werknemers mogelijk om een deel van het belaste loon om te zetten in een beloning die vrij is van loonheffingen. Een dergelijk systeem kan de arbeidsbeloning steeds verder individualiseren, de beloning in fiscale zin optimaliseren en geeft de werkgever de mogelijkheid een strategisch personeelsbeleid te voeren. U kunt zich onderscheiden met een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenbeleid. In Benut de mogelijkheden van cafetariasystemen wordt basisinformatie over cafetariaregelingen gegeven. Dit artikel gaat nader in op het uitruilen van brutoloon en het inleveren van verlof voor onder meer vrije loonbestanddelen. Er wordt ook aandacht besteed aan de 'valkuilen' die in een cafetariasysteem kunnen zitten, de fiscale aspecten en aan enkele formaliteiten die werkgever en werknemer nauwkeurig moeten volgen. De vrije vergoedingen en verstrekkingen die in dit artikel worden genoemd, gelden voor werkgevers die gebruikmaken van de overgangsregeling. Informatie over onder meer vrije vergoedingen en verstrekkingen voor werkgevers die de werkkostenregeling toepassen is na te lezen in de volgende artikelen: Werkkostenregeling, Werkkostenregeling: intermediaire kosten, Werkkostenregeling: nihil- en forfaitwaardering en Werkkostenregeling: berekening bedrag eindheffing in de loonaangifte. In dit artikel:
Cafetariasysteem optie tot individualiseren van arbeidsbeloning Opstellen van beloningssystemen in de organisatie In de Wet op de loonbelasting zijn een aantal looncomponenten vrijgesteld die voor werkgever en werknemer zeer aantrekkelijk zijn. Vooral van de vaste kostenvergoeding en de fiets voor woon-werkverkeer maken werkgever en werknemer veel gebruik. Hoewel de verstrekking, terbeschikkingstelling of vergoeding van vrijgestelde looncomponenten aantrekkelijk is, moet de werkgever toch (extra) kosten maken om de werknemer hiervan in het bezit te stellen. Werkgevers hebben een mogelijkheid om zonder extra kosten toch de vrijstellingen voor de werknemers te benutten. In deze paragraaf vindt u de mogelijkheden van flexibele arbeidsvoorwaarden met fiscale voordelen. Meestal worden dergelijke flexibele arbeidsvoorwaarden 'cafetariasysteem' genoemd. De werknemer heeft, net als in een cafetaria, de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen (zijn beloningsbudget) de 'snacks' te kiezen die hij wil. De meest vergaande cafetariavorm is dat de werkgever de werknemer in dienst neemt en dat hij de werknemer daarvoor een beloningsbudget geeft. Binnen dat budget mag de werknemer zelf de beloningsvorm(en) bepalen. De werknemer kan bijvoorbeeld een keuze maken tussen loon in geld, extra vrije dagen, uitbreiding pensioenrechten, een fiets voor woon-werkverkeer, een (mobiele) telefoon of een kostenvergoeding. Deze benadering komt niet overeen met de wat traditionelere (collectieve) arbeidsovereenkomsten. In die 'oude' overeenkomsten is vaak zeer gedetailleerd geregeld waar de werknemer recht op heeft en ontbreekt het keuzerecht van het cafetariasysteem. In dat geval is het meestal eenvoudig vast te stellen over welke looncomponenten loonheffingen moeten worden betaald. Fiets woon-werkverkeer Drie werknemers hebben allemaal een brutomaandloon van € 2.780,– (€ 36.028,– per jaar). Zij willen alle drie een fiets kopen voor het woon-werkverkeer (waarde: € 749,–). Werknemer A betaalt die fiets voor woon-werkverkeer uit zijn nettoloon. Werknemer B komt met zijn werkgever overeen dat zijn brutoloon voor de duur van een jaar contractueel wordt verlaagd met € 62,41. In ruil daarvoor geeft de werkgever hem een fiets voor woon-werkverkeer. Werknemer C levert vijf atv-dagen in en in ruil daarvoor geeft de werkgever hem een fiets voor woon-werkverkeer. Stel dat het belastingtarief voor alle drie de werknemers 42% bedraagt. De werknemers hebben nu alle drie de beschikking over een fiets voor woon-werkverkeer. Verder hebben de werknemers aan nettojaarinkomen:
Deskundige leiding noodzakelijk Een onjuiste toepassing van de cafetariaregeling kan aanmerkelijke – ongewenste – financiële gevolgen met zich meebrengen. Bij het opzetten van een cafetariaregeling is deskundige begeleiding daarom beslist noodzakelijk. Het is raadzaam om een cafetariaregeling vooraf door de belastingdienst te laten beoordelen om daarmee fiscale risico's uit te sluiten. Cafetariasysteem kent diverse vormen van arbeidsbeloning Een cafetariasysteem is een systeem dat werknemers de mogelijkheid biedt periodiek keuzen te maken ten aanzien van de vorm waarin ze een deel van hun overeengekomen arbeidsbeloning willen genieten. In de kern komt het erop neer dat werknemers de mogelijkheid krijgen 'bronnen' in hun arbeidsvoorwaarden te ruilen voor 'doelen' waarvoor zij zelf kiezen. Het cafetariasysteem wordt extra aantrekkelijk als een belaste bron (bijvoorbeeld brutoloon) kan worden ingeruild tegen een onbelast doel (bijvoorbeeld een fiets). Voorwaarde hierbij is dat alleen het in de toekomst nog te genieten loon als bron kan worden ingezet. Daarnaast moet het cafetariasysteem voldoende realiteitswaarde hebben. Dat wil zeggen dat de gevolgen van keuze ook consequent moeten worden toegepast en de deelnemer de gevolgen van zijn keuze bewust moet aanvaarden. Maak gebruik van deelnameformulier Het premieloon van de werknemersverzekeringen zal door de keuze in de regel op een lager bedrag uitkomen. Dit heeft voor de werknemer gevolgen voor een eventuele uitkering in de toekomst. Die uitkering wordt dan lager, dan dat deze zonder deelname aan een cafetariasysteem zou zijn geweest. De werkgever doet er verstandig aan om de gevolgen van de deelname duidelijk kenbaar te maken op een deelnameformulier. Door het ondertekenen van dit formulier geeft de werknemer te kennen dat hij de gevolgen bewust aanvaardt. Bronnen kunnen zijn:
Doelen kunnen onder meer zijn:
Arbeidsvoorwaarden op maat Werkgever K heeft een werknemer in dienst die hem op jaarbasis € 60.000,– aan loon kost. Hij kan dit volledig aan de werknemer als loon in geld betalen, maar hij kan de werknemer ook de mogelijkheid bieden om een aantal keuzen te maken, zodat de werknemer een pakket arbeidsvoorwaarden op maat overhoudt. De werkgever kan hem (onder andere) het volgende aanbieden:
Incidenteel kan de werkgever daaraan toevoegen:
Aan de meeste vrijgestelde loonbestanddelen zijn voorwaarden verbonden. Ook in het kader van een ruil van arbeidsvoorwaarden moet aan deze voorwaarden zijn voldaan voordat het betreffende loonbestanddeel vrijgesteld kan worden ontvangen. Vrijgesteld ontvangen Stel, de werknemer kiest voor een auto van de zaak, inleg in de spaarloonregeling en een maximale vaste kostenvergoeding. Voor de loonheffingen heeft dat als consequentie dat het voordeel van de auto van de zaak alleen belast is met loonbelasting/premies volksverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW-bijdrage) en niet met werknemersverzekeringen. Het spaarloon valt buiten de loonheffingen (de werkgever is hier wel 25% eindheffing over verschuldigd, wat een verhoging van totale personeelskosten betekent). De werkgever kan een kostenvergoeding vrij verstrekken voor kosten die de werknemer maakt ter verwerving van het inkomen. Die vaste kostenvergoeding blijft dus buiten de loonheffingen als de werkgever met eventuele fiscale voorwaarden en begrenzingen rekening houdt. De onderdelen die niet of beperkt tot heffing leiden, leveren voordelen op voor de werknemer. (De werkgever heeft ook voordelen. Denk onder andere aan minder verschuldigde premies werknemersverzekeringen en een lagere vergoeding ZVW-bijdrage.) Een van de belangrijkste voorwaarden die de belastingdienst stelt, is dat de keuze voorafgaat aan het genieten van het loon. Loon dat inmiddels is genoten of een genoten vakantiedag kan men niet achteraf alsnog inzetten voor de cafetariaregeling. Inruilen belaste tegen onbelaste (vrije) loonbestanddelen Voor een werknemer die regelmatig op de fiets naar het werk komt, kan het aantrekkelijk zijn om een deel van zijn brutoloon in te ruilen tegen een fiets die hij voor het woon-werkverkeer gaat gebruiken. Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan de fiets onbelast worden vergoed of verstrekt. Als de waarde van de fiets meer bedraagt dan € 749,–, kan het meerdere niet vrij worden vergoed of verstrekt, hierover zijn wel loonheffingen verschuldigd. De werknemer kan het meerdere ook zelf vanuit nettoloon betalen. In dit geval vindt er omruil plaats van een deel van het belaste brutoloon tegen een vrijgestelde beloning, de fiets. De belastingdienst staat een gunstige omruil alleen toe, als aan een aantal formele voorwaarden wordt voldaan. In veel gevallen is er namelijk sprake van een (verkapte) betalingsregeling. Wil men een risicovrije ruilconstructie, dan moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan.
De pensioengrondslag moet (zie ook hierna: het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 8 september 2008, waarin deze voorwaarde is versoepeld) de verlaging van het brutoloon volgen. (inclusief nabestaanden-, invaliditeits- en wezenpensioen).
De staatssecretaris van Financiën heeft voorbeeldregelingen gepubliceerd die werkgever en werknemer kunnen gebruiken voor een cafetariaregeling, waarin de werknemer een naturabeloning krijgt in ruil voor een verlaging van zijn brutoloon of het inleveren van verlofdagen. Als werkgever en werknemer één van de drie modellen gebruiken, lopen zij geen risico dat de belastingdienst de regeling niet accepteert (klik hier voor de voorbeeldregelingen). Mogelijke complicaties die kunnen optreden bij cafetariasysteem Pensioenregeling In het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 8 september 2008 (CPP2008/1727M) wordt aangegeven dat bij een cafetariaplan onder bepaalde voorwaarden geen verlaging van de pensioengrondslag hoeft plaats te vinden. De voorwaarden waaraan men moet voldoen, zijn:
Het lijkt erop dat – door het hiervoor genoemde besluit – elke vrije vergoeding in een cafetariaregeling kan worden opgenomen als eveneens aan de voorwaarden voor een vrije vergoeding is voldaan. In het verleden kon slechts een beperkt aantal vrije vergoedingen als cafetariadoel worden gesteld. Opstellen cafetariaregeling die aan voorwaarden voldoet meest efficiënt Werknemer T komt met zijn werkgever overeen dat hij vanaf 1 januari € 50,– per maand op zijn brutoloon inlevert; hiervoor krijgt de werknemer een vergoeding voor telefoonkosten terug van eveneens € 50,– per maand. Het voordeel is dat de vergoeding voor telefoonkosten voor de werknemer vrij is omdat hij de telefoon voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Omdat deze ruil plaatsvindt binnen het bedrijfscafetariaplan (dat voldoet aan de voorwaarden van het besluit van de staatssecretaris), wordt de pensioengrondslag niet verlaagd. Heeft de werkgever van T geen cafetariaplan opgesteld, dan moet de werkgever per cafetariaovereenkomst gaan beoordelen of de overeenkomst voldoet aan de voorwaarden uit het besluit CPP2008/1727M. Het meest efficiënt is dus om een bedrijfscafetariaregeling op te stellen die aan de voorwaarden voldoet. Premies werknemersverzekeringen en vergoeding ZVW-bijdrage Door de verlaging van het brutoloon zal UWV ook uitgaan van het lagere brutoloon als het gaat om aanspraken op uitkeringen overeenkomstig de premies werknemersverzekeringen. Op het moment dat de werknemer een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid of werkloosheid gaat genieten, zal de uitkering dus ook lager zijn. Het is belangrijk om de werknemer hierop te wijzen. Als het cafetariaplan voldoende realiteitswaarde heeft, kan de premieheffing voor de werknemersverzekeringen plaatsvinden over het lagere premieloon. In de meeste gevallen zal de omgeruilde beloning ook vrij zijn van een bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW-bijdrage). Voor de werkgever is dit voordelig, omdat hij dan ook kan volstaan met een verlaagde ZVW-vergoeding. De belastingdienst zou kunnen stellen dat de tijdelijke loonsverlaging geen realiteitsgehalte heeft voor de heffing van de loonheffingen. In dat geval zouden over het oorspronkelijke (hogere) brutoloon loonheffingen moeten worden berekend. Afdrachtverminderingen Door het verlagen van het brutoloon kan de werkgever in een aantal situaties nog in aanmerking komen voor afdrachtvermindering onderwijs voor de betreffende werknemer. Dit is een voordeel voor de werkgever. Het van toepassing zijnde toetsloon moet dan maximaal ongeveer 130% zijn van het minimumloon. Inkomensafhankelijke subsidies Een bijkomstig voordeel voor de werknemer kan zijn een hogere huur- of kinderopvangtoeslag, dan wel een hogere studiefinanciering. Cafetariaregelingen waarbij de inspecteur twijfelt aan de realiteitswaarde van de regeling, zullen kritisch worden beoordeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de ruil geen wezenlijke gevolgen heeft voor de loonheffing, maar wel veel voordeel oplevert voor de inkomensafhankelijke regelingen van de werknemer. Overige aan het loon gerelateerde regelingen Bij een lager loon passen ook lagere aan het loon gerelateerde uitkeringen. Dit kan nadelen opleveren voor de werknemer met betrekking tot vakantiegeld en gratificaties. Een procentuele verhoging van de vakantiebijslag of de gratificatie kan dit nadeel compenseren. Bij (vrije) jubileum- en ontslaguitkeringen kan dit nadeel niet zo gemakkelijk worden omzeild. Voor structurele loongerelateerde uitkeringen die bij cao zijn vastgelegd, zoals de onregelmatigheidstoeslag of overwerktoeslag, hoeft het lagere loon geen consequenties te hebben. Dit is vastgelegd in een besluit door de staatssecretaris van Financiën waarin hij onder meer invulling geeft aan het begrip realiteitswaarde (besluit 28 januari 2011, nr. DGB 2011/1M). Een werknemer moet een duidelijke keuze maken tussen het in te ruilen loon en het te besteden doel, en weten wat hiervan de gevolgen zijn. Als de ruiltransactie als onderdeel van de cafetariaregeling een realiteitswaarde heeft, hoeft de verlaging van het brutoloon niet onder alle omstandigheden door te werken in een aan het brutoloon gerelateerde uitkering, zoals een onregelmatigheidstoeslag of overwerktoeslag.
Ruiltransactie heeft realiteitswaarde De ruiltransactie binnen de cafetariaregeling heeft realiteitswaarde wanneer het een toekomstgerichte, structurele wijziging van de overeengekomen beloning betreft die, waar nodig, ook doorwerkt in loongerelateerde regelingen.
Het opstellen van een goede cafetariaregeling is een complex verhaal. Begeleiding door een deskundige is dan ook zeker noodzakelijk. Ruiltransactie Werknemer Y komt met zijn werkgever overeen dat hij gedurende vijf maanden zijn loon verlaagt met € 75,– per maand en daarnaast vakantiedagen inlevert. De ruiltransactie komt tot stand door de deelname van werknemer Y aan het fietsprivéproject; onderdeel van de cafetariaregeling van deze werkgever. Werknemer werkt in roosterverband op onregelmatige tijden. De onregelmatigheidstoeslag is vastgelegd in de cao. Voor de berekening van de waarde van de vakantiedagen wordt uitgegaan van het actuele uurloon, welk gedurende de vijf maanden dat de werknemer loon inlevert, lager ligt. Zijn onregelmatigheidstoeslag wordt conform cao berekend over het niet-verlaagde uurloon. Ander voorbeeld: Werknemer T komt met zijn werkgever K overeen dat zijn salaris met ingang van maart voor acht maanden wordt verlaagd met € 400,–. Zijn oorspronkelijke salaris is € 3.400,– per maand. In juni is T 25 jaar in dienst bij K en krijgt hij de maximaal vrijgestelde jubileumuitkering. Door zijn deelname aan de cafetariaregeling valt zijn vrijgestelde uitkering lager uit dan wanneer hij niet zou hebben deelgenomen. Vrijgesteld is een maandloon (inclusief 8% vakantiegeld).
Let op: het netto nadeel van de jubileumuitkering wordt ruimschoots gecompenseerd door het voordeel dat de werknemer heeft door acht maanden lang een netto vergoeding of -verstrekking te krijgen van € 400,– per maand. Bij een totale loonheffing van (stel) 50% is het voordeel van de werknemer per saldo € 1.600,– (8 × € 200,–) -/- € 432,– = € 1.168,–. Het inruilen van verlofdagen Het inruilen van verlofdagen voor een vrije vergoeding of verstrekking kan een onderdeel zijn van ruilmogelijkheden van de arbeidsvoorwaarden van de werknemer. Uiteraard moet de werkgever bij een ruil rekening houden met het resterende wettelijke minimumaantal verlofdagen en het minimumaantal verlofdagen dat in de cao is afgesproken. Inruilen van al opgenomen verlofdagen is niet mogelijk.
Zet atv-dagen/adv-dagen in Dagen die voortkomen uit de arbeidstijdverkorting (atv-dagen/adv-dagen) kunnen, zolang een werknemer deze nog niet heeft genoten, vrijelijk worden ingezet voor het cafetariasysteem of het ruilen van loonbestanddelen, omdat deze niet aan wettelijke minima zijn gebonden. Als een werknemer genoegen neemt met minder verlofdagen en daar een extra beloning voor in de plaats krijgt, zal dat in beginsel geen probleem opleveren. Ook het ruilen van (toekomstige) verlofdagen voor bijvoorbeeld een kostenvergoeding voor een aangeschafte fiets zal in beginsel geen probleem opleveren. Waar wel voor moet worden gewaakt, is dat ook hier het ruilen of anderszins inbouwen niet gaat lijken op een betalingsregeling. De kans is aanwezig dat de belastingdienst hier niet mee akkoord gaat. Cafetariaregelingen met realiteitswaarde In het besluit van 28 januari 2011, DGB 2011/1M (hierna: besluit), is de staatssecretaris van Financiën opnieuw ingegaan op de realiteitswaarde van cafetariaregelingen. Dit besluit vervangt het beleidsbesluit van 5 augustus 2009, CPP2009/1458M. Achtergrond cafetariasysteem Bij een cafetariasysteem hebben werknemers de mogelijkheid om zelf aan te geven hoe zij hun loon willen ontvangen. De keuzen bestaan veelal uit loon in geld, loon in natura, kostenvergoedingen en vrije tijd. Het voordeel van een cafetariaregeling is dat het brutoloon wordt geruild tegen fiscaal vriendelijke beloningsvormen. De belastingdienst accepteert een dergelijke ruil alleen wanneer deze realiteitswaarde heeft. Als de ruil berust op een structurele keuzemogelijkheid wordt daar doorgaans voldoende realiteitswaarde aan toegekend. Van belang is wel dat de keuzen in het kader van cafetariaregelingen gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen en dat deze gevolgen consequent worden toegepast. Zo zal een ruil in het kader van een cafetariaregeling in beginsel gevolgen hebben voor de grondslag voor de diensttijdvrijstelling, de pensioengrondslag, de vakantiegelduitkering, loon tijdens ziekte en zwangerschap, het premieloon en het uitkeringsloon voor de sociale verzekeringen en de grondslag voor inkomensafhankelijke voorzieningen zoals de individuele huursubsidie. In een besluit van 8 september 2008, nr. CPP2008/1727M, heeft de staatssecretaris van Financiën overigens onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd dat een door de ruil veroorzaakte verlaging van het oorspronkelijke pensioengevende loon tot maximaal 30% zonder gevolgen mag blijven voor de pensioengrondslag. Besluit van de staatssecretaris van Financiën In het besluit besteedt de staatssecretaris aandacht aan de realiteitswaarde van cafetariaregelingen. In het besluit heeft hij ook een aantal praktische voorbeelden opgenomen. In dit besluit is een voorbeeld opgenomen over een bepaling in de cao op grond waarvan de werknemer die kosten voor het lidmaatschap van een vakbond maakt, elk jaar kan afzien van een deel van het brutoloon per maand in ruil voor een vrije vergoeding van die kosten. Daarnaast is een voorbeeld opgenomen waarin een werknemer, die regelmatig telewerkt, van een werkgever een vergoeding voor de inrichting van de werkruimte kan krijgen. De werkgever stelt als voorwaarde dat de werknemer gedurende drie jaren afziet van een aantal verlofdagen. Hiertoe wordt de waarde van een verlofdag gesteld op een evenredig gedeelte van het brutoloon van de desbetreffende werknemer. Als de werknemer binnen die drie jaar stopt met telewerken, of bij tussentijds ontslag, stopt de werkgever de vergoeding. De werknemer hoeft vanaf dat moment ook niet langer af te zien van verlofdagen. De uitwerking in het besluit geeft aan dat er ook in dit geval geen twijfel bestaat over de realiteitswaarde. Werknemers die aan de regeling deelnemen, werken in feite langer, in ruil waarvoor de werkgever bereid is een kostenvergoeding toe te kennen. De kostenvergoeding kan met inachtneming van de wettelijke voorwaarden een vrije vergoeding zijn. De staatssecretaris geeft bovendien nog eens expliciet aan dat de realiteitswaarde van een wijziging van de overeengekomen beloning in beginsel geen nadere beoordeling behoeft als het een toekomstgerichte wijziging betreft die berust op een structurele regeling (zoals een cao) en sprake is van wezenlijke niet-fiscale verschillen en consequenties. In de onderhavige situatie is aan deze voorwaarden voldaan. Aan de realiteitswaarde hoeft dan niet getwijfeld te worden. De staatssecretaris geeft hier ook weer aan dat het wel van belang is dat inkomensafhankelijke regelingen, die gevolgen verbinden aan de keuzen in het kader van cafetariaregelingen, consequent worden toegepast. Langzamerhand wordt duidelijk dat de grens van de realiteitswaarde wordt bereikt bij min of meer incidentele keuzemogelijkheden en bij het niet consequent doorvoeren van de verlaging van het brutoloon, bijvoorbeeld als deze alleen is ingegeven door gevolgen voor de belastingheffing of gevolgen voor inkomensafhankelijke regelingen. Het besluit geeft richtlijnen voor de loonheffingen. Voorbeeld 1 Oude situatie: Hij heeft zich voor zijn ziektekosten aanvullend verzekerd. Voor deze aanvullende ziektekostenverzekering krijgt hij € 91,– per maand als tegemoetkoming van zijn werkgever. De pensioenpremie bedraagt voor de werkgever 2,5% en voor de werknemer 1,5% van het kale brutosalaris. De franchise voor de berekening van de pensioenpremie bedraagt € 1.083,– per maand. Nieuwe situatie: De overige afspraken met betrekking tot bijdrage in de aanvullende ziektekostenverzekering blijven gehandhaafd. Uitwerking voor 2011:
Overige gegevens:
De salarisverlaging wordt gecompenseerd. Zoals uit dit voorbeeld blijkt, is er een aanmerkelijke nettoverbetering (zie (1) in de tabel) voor deze werknemer. Ook de kosten van de werkgever (zie (2) in de tabel) dalen (minder WAO/WIA, minder WW/minder vergoeding ZVW-bijdrage). Aan dit voorbeeld is te zien dat het cafetariasysteem, mits goed gebruikt en als aan alle voorwaarden is voldaan, voor beide partijen voordelig kan zijn. Voorbeeld 2 Werknemer B (uit het vorige voorbeeld) geeft aan dat hij voor het volgend jaar afziet van vier adv-dagen. Hij is van plan een fiets te kopen. Deze zal € 725,– gaan kosten. Het is aannemelijk dat hij in de komende drie kalenderjaren op meer dan de helft van het aantal dagen op de fiets naar zijn werk zal komen. De adv-uren wenst hij te ruilen voor een kostenvergoeding voor de fiets. B's brutosalaris bedraagt € 2.250,–. Hij heeft volgens de cao een werkweek van 36 uur. Hij werkt veertig uur per week en bouwt daarmee het adv-verlof gedurende het jaar op. Uitwerking:
Btw-aspecten Let op bij eventuele btw-aspecten als de werkgever van de werknemer een bijdrage vraagt, in welke vorm dan ook. Cafetariastelsel in WKR Bij toepassing van de werkkostenregeling kan ook gebruik worden gemaakt van een cafetariasysteem. De werkgever moet dan echter wel alert zijn dat enkele mogelijkheden die onder de overgangsregeling leiden tot een fiscaal aantrekkelijk beloningspakket, bij de werkkostenregeling eerder tot een heffing ten laste van de werkgever zullen leiden. Nog niet toepassen WKR Indien een werkgever de werkkostenregeling niet toepast, moet hij zich rekenschap geven van het feit dat in 2014 de in het verleden, dan wel bij toepassing van de overgangsregeling gemaakte keuzes kunnen leiden tot de verschuldigdheid van extra loonheffingen, die ten laste van de werknemer en/of de werkgever komen. Een tijdige inventarisatie van de gevolgen van de werkkostenregeling voor het door de werkgever gehanteerde cafetariasysteem is in 2012 een must. De werkgever heeft dan nog voldoende tijd tot heroverweging van de gemaakte keuzes. Denk daarbij ook aan de arbeidsvoorwaardelijke gevolgen. Cafetariasysteem optie tot individualiseren van arbeidsbeloning Vraag en antwoord Op welk tijdstip kunnen werkgever en werknemer een keuzerecht afspreken? Als de werknemer een keuzerecht heeft, zal hij zich vaak laten leiden door fiscale vrijstellingen. Hoe meer beloningscomponenten zijn vrijgesteld van loonheffingen, des te meer hij netto in handen krijgt. Het is immers niet verboden om de beloning fiscaal te optimaliseren. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is en blijft dat werkgever en werknemer geheel vrij zijn om in onderling overleg de (fiscaal) optimale beloning af te spreken. Dit geldt niet alleen voor het moment dat zij de arbeidsovereenkomst aangaan. Ook op een later tijdstip kunnen werkgever en werknemer de arbeidsvoorwaarden of beloningsvormen wijzigen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ‹ vorige volgende › | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||