De keuze voor de prijsbepaling op basis van de onderste prijsgrens moet worden toegepast als er sprake is van 'uitzonderlijke' situaties. Aan de hand van drie voorbeelden wordt de onderste prijsgrens geschetst voor een korte periode, een middellange periode en een lange periode. Ook treft u een directe link aan naar de werkbladen behorende bij de geschetste voorbeelden.
Bij het vaststellen van het prijsbeleid gelden de volgende regels.
Dat prijsbepaling op basis van de onderste prijsgrens alleen voor 'uitzonderlijke' situaties een bruikbare methode is, blijkt uit de volgende voorbeelden waarbij op basis van de kosten een onderste prijsgrens wordt bepaald.
Het is daarbij ook van wezenlijk belang hoe lang de prijsgrens daadwerkelijk als prijs gehanteerd wordt. Zoals zal blijken, verschilt de onderste prijsgrens voor:
Dat is vooral terug te voeren op het karakter van de vaste kosten.
Een kostengerichte onderste prijsgrens gedurende een korte periode is gelijk aan de variabele kosten die nodig zijn voor het maken van het product (variabele kostprijs).
Vaste kosten kunnen op de korte termijn meestal niet worden beperkt. Ze zullen dus altijd ontstaan, of er nu een normale of kleinere hoeveelheid of zelfs helemaal niet geproduceerd wordt. In kritische situaties (gebrek aan werk) moeten dan maatregelen getroffen worden om in ieder geval de variabele kosten door de verkoopprijs te laten dekken.
Primus N.V. is een producent van elektromotoren voor doe-het-zelfgereedschappen, huishoudelijke en keukenapparatuur (één enkel product). De gegevens over de afgelopen twaalf maanden zijn als volgt:
| Eenheid | Jaar | Maand | Per stuk | |
|---|---|---|---|---|
| Geproduceerde/verkochte hoeveelheid | Aantal | 144.000 | 12.000 | |
| Prijs (nettoverkoopprijs) | Euro/stuk | € 150,– | ||
| Variabele kosten (Kvar) | Euro | € 11.880.000 | € 990.000 | |
| Vaste kosten (Kvast) | Euro | € 4.680.000 | € 390.000 |
Het bedrijf krijgt van een van de grootste klanten (DIY Tools, een producent van kleine gereedschappen) het bericht dat hun productiehallen door brand verwoest zijn. Er is tot nader order geen productie meer mogelijk in de hallen. Zij kunnen dan ook tijdelijk geen motoren afnemen van Primus. De betreffende klant nam tot dat moment iedere maand 2000 elektromotoren af.
De algemeen directeur respectievelijk de verkoopmanager van Primus moet het maandelijkse productievolume van 2000 elektromotoren op andere wijze aan de man zien te brengen, tot DIY Tools weer met produceren begint en de betreffende 2000 motoren weer kan afnemen. De directeur en verkoopmanager weten echter dat de motoren niet voor de normale prijs van € 150,– per stuk kunnen worden verkocht. Daarom laten zij de onderste prijsgrens berekenen als de uiterste 'pijngrens'.
Berekening op basis van maandelijkse waarden:
Onderste prijsgrens voor een korte periode = Variabele kosten (Kvar) / Aantal = € 990.000 / 12.000 = € 82,50
Daarbij moet in gedachten worden gehouden dat elk bedrag dat boven de onderste prijsgrens ligt, een dekkingsbijdrage vormt waarmee de in eerste instantie niet gedekte vaste kosten kunnen worden betaald. De onderste prijsgrens ligt in bovenstaand voorbeeld op een bedrag van € 82,50 per stuk. Dat betekent dat iedere verkoopprijs hoger dan € 82,50 iets bijdraagt aan de dekking van de vaste kosten.
Zie ook het werkblad Bepalen van onderste prijsgrens voor korte periode.
Een week later krijgt het bedrijf van DIY Tools te horen dat door de brand pas over een half jaar weer met de productie kan worden begonnen en dat dan pas weer de 2000 elektromotoren kunnen worden afgenomen.
De directeur laat vervolgens berekenen op welke vaste kosten gedurende de middellange termijn (hier een half jaar) kan worden bespaard. Uit de berekening komt naar voren dat maandelijks € 90.000 op de vaste kosten kan worden bespaard.
| Post | Eenheid | Jaar | Maand | Per stuk |
|---|---|---|---|---|
| Geproduceerde/verkochte hoeveelheid | Aantal | 144.000 | 12.000 | |
| Prijs (nettoverkoopprijs) | Euro/stuk | € 150,– | ||
| Variabele kosten (Kvar) | Euro | € 11.880.000 | € 990.000 | |
| Vaste kosten (Kvast) | Euro | € 4.680.000 | € 390.000 | |
| Afslanking/besparingen op de middellange termijn | Euro | € 1.080.000 | € 90.000 |
Vervolgens laat hij op basis van deze gegevens de onderste prijsgrens bepalen (op basis van maandelijkse waarden):
Onderste prijsgrens voor een middellange periode = (Variabele kosten (Kvar) / Normale aantal) + (Vaste kosten (Kvast) / Gereduceerde aantal) = (990.000 / 12.000) + (90.000 / 10.000) = € 91,50
Bij een kostengerichte onderste prijsgrens op de middellange termijn moet niet alleen worden uitgegaan van dekking van de variabele kosten, maar ook van het gedeelte van de vaste kosten dat gedurende de middellange termijn kan worden bespaard.
Zie ook het werkblad Bepalen van onderste prijsgrens voor middellange periode.
Weer twee maanden later hoort de directeur dat er nog veel langer geen productie kan plaatsvinden bij DIY Tools. De productie zal waarschijnlijk op zijn vroegst pas over een jaar weer kunnen worden opgestart.
De directeur moet nu dus een nieuwe berekening laten maken. Nu moeten niet alleen de variabele kosten, maar ook alle vaste kosten worden gedekt door de prijs ('onderste prijsgrens').
| Post | Eenheid | Jaar | Maand | Per stuk |
|---|---|---|---|---|
| Geproduceerde/verkochte hoeveelheid | Aantal | 144.000 | 12.000 | |
| Leverprijs (nettoverkoopprijs) | Euro/stuk | € 150,– | ||
| Variabele kosten (Kvar) | Euro | € 11.880.000 | € 990.000 | |
| Vaste kosten (Kvast) | Euro | € 4.680.000 | € 390.000 |
Berekening op basis van maandelijkse waarden
Onderste prijsgrens voor een lange periode = (Variabele kosten (Kvar) / Normale hoeveelheid) + (Vaste kosten (Kvast) / Gereduceerde hoeveelheid )= (990.000 / 12.000) + (390.000 / (12.000 - 2000)) = € 121,50
Bij het bepalen van de onderste prijsgrens op korte termijn moet worden uitgegaan van dekking van de variabele kosten. Bij de middellange termijn moet naast de variabele kosten ook op de dekking van een gedeelte van de vaste kosten gedurende deze termijn worden bespaard. Bij een onderste prijsgrens voor een lange periode moeten naast de variabele kosten ook alle vaste kosten door de prijs worden gedekt. Dit betekent dat de onderste prijsgrens verschilt voor de korte periode, de middellange periode en de lange periode.
Zie ook het werkblad Bepalen van onderste prijsgrens voor lange periode.
Vul hieronder uw e-mailadres in om de PDF-versie van dit artikel te ontvangen:
Ontvang het rapport ‘Stappenplan Kostencalculatie’ gratis, wanneer u zich inschrijft voor de nieuwsbrief van WEKA Financieel!
Heeft u echt lastige Excel-vragen? Overleg die met de professionele Adviesdesk. Dan hoeft u nooit meer uren te stoeien met lastige formules.