Ontslaguitkeringen
Als een werkgever de dienstbetrekking met een werknemer beëindigt, komt het vaak voor dat de werkgever een ontslagvergoeding aan die werknemer betaalt. Dat kan zijn omdat werkgever en werknemer dat zo hebben afgesproken, maar ook omdat de kantonrechter dat heeft bepaald. In alle gevallen is het van belang te beoordelen of de vergoeding loon uit dienstbetrekking vormt.
Dit artikel behandelt onder meer de gewijzigde kantonrechterfomule per 1 januari 2009 en de fiscale gevolgen bij:
- een uitkering ineens;
- het recht op periodieke uitkeringen (stamrecht) bij professionele verzekeraar of bank;
- het recht op periodieke uitkeringen bij eigen bv.
Een werkgever moet zich ook realiseren dat een ontslaguitkering fiscaal kan worden aangemerkt als een VUT-uitkering. Dit geldt voor oudere werknemers. Met ingang van 2011 betekent dit dat een werkgever 52% belasting verschuldigd is over de ontslaguitkering.
Werkgevers zijn ook een eindheffing van 30% verschuldigd bij een ontslagvergoeding als het loon van de werknemer € 522.000,– (2011) of meer bedraagt.
Om te beoordelen of deze werkgeversheffingen al dan niet verschuldigd zijn, kan tijdig deskundig advies de werkgever helpen te voorkomen dat hij voor financiële verrassingen komt te staan.
In dit artikel:
- Kantonrechterformule als uitgangspunt voor ontslaguitkering
- Berekening kantonrechterformule
- Fiscale gevolgen van een ontslaguitkering
- Samenhang met WW-uitkering
- Regeling voor vervroegde uittreding
- Model stamrechtovereenkomst (eigen beheer)
- Model stamrechtovereenkomst (professionele verzekeraar)