Probleempreventie: faseplan
Een programma voor probleempreventie kunt u in drie fasen uitvoeren: eerst de probleemidentificatie, dan de probleemanalyse en -selectie en dan de actieplanning. Probleemidentificatie vereist expertise en ervaring met de betrokken activiteit, maar ook een fris overzicht. Het is goed te bepalen welke aandachtsgebieden belangrijk zijn en in hoeverre dit in detail moet worden geanalyseerd. Probleemidentificatie geeft globaal de belangrijkste aandachtspunten. Checklists helpen daarbij. U komt ook omgevingsrisico's en functioneringsrisico's tegen. In de 2e fase wordt er geanalyseerd en geselecteerd, daarbij helpt ervaringsinformatie zoals problemen en incidenten uit het verleden. Een tabel geeft een richtlijn om het risiconiveau vast te stellen. Probleempreventieanalyse moet niet eenmalig zijn, maar periodiek. Er zijn verschillende analysemethoden zoals het boomdiagram, FMEA en HAZOP. De 3e fase is voor de actieplanning. Beheersingsmaatregelen zijn bijvoorbeeld voorkomen en vermijden. Een grote organisatie kan kiezen voor een rampenplan en/of veiligheidsplan. Het risico kan ook worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan een verzekeringsmaatschappij.
In dit artikel:
- Fase 1: Probleemidentificatie
- Fase 2: Analyseren en selecteren
- Fase 3: Actieplanning (plannen en maatregelen nemen)