Vakantiegeld en vakantiebonnen
Iedere werknemer heeft recht op vakantiegeld. Het vakantiegeld moet op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in juni van enig jaar worden uitbetaald, tenzij anders is bepaald. Meestal vindt betaling in mei plaats.
De loonheffingen worden op het vakantiegeld ingehouden. Aan het einde van het dienstverband heeft men bij de eindafrekening recht op uitbetaling van het tot dan toe opgebouwde vakantiegeld. De opbouw gaat het eerste halfjaar gewoon door bij ziekte van de werknemer.
Dit artikel gaat specifiek in op het feit dat u over sommige bijzondere betalingen geen vakantiegeld hoeft te berekenen. Tevens wordt aandacht besteed aan het onderwerp vakantiebonnen, omdat het verstrekken van dergelijke bonnen nog steeds voor een beperkte groep van branches van toepassing is, zoals bij kortdurende dienstverbanden. Een overzichtschema maakt u snel duidelijk wat uw verplichtingen zijn.
In dit artikel:
- Hoogte van het vakantiegeld
- Betaling van het vakantiegeld
- Vakantiegeld als beloning
- Schematisch overzicht
- Vakantiebonnen
- Schematisch overzicht