Doel van de omzetbelasting is om het binnenlandse verbruik van consumenten te belasten. Om dit te bereiken is ervoor gekozen om niet de consument als belastingplichtige aan te wijzen, maar de leverancier die de goederen aan de consument heeft geleverd. De leverancier moet het hele bedrag aan omzetbelasting dat betrekking heeft op deze transactie, in rekening brengen aan de consument en dit bedrag ook afdragen aan de fiscus. Daar staat tegenover dat hij de belasting die in de schakels vóór hem aan de fiscus is afgedragen, van het bedrag mag aftrekken: dit is de aftrek voorbelasting. Dit bedrag staat genoemd in de factuur die de ondernemer uitgereikt heeft gekregen.
De ondernemer krijgt echter ook rekeningen met btw van andere ondernemers dan van degenen die vóór hem in de bedrijfskolom zitten. Ook al is de ondernemer voor deze kosten eindverbruiker, deze belasting is voor de ondernemer toch aftrekbaar, omdat hij de kosten van deze bedrijfsmiddelen zal doorberekenen in de prijs van het eindproduct aan de consument.
Overstijgt aan het eind van het kwartaal de af te trekken belasting de te betalen belasting op de aangifte, dan krijgt de ondernemer een teruggaaf. Het is dus duidelijk dat de factuur waarop de btw vermeld staat die de ondernemer in aftrek kan brengen, van grote waarde is. Om die reden worden er in de wet strenge eisen gesteld aan de factuur. Wat er in een factuur moet staan, staat nauwkeurig opgesomd in de wet.
Overige aan dit onderwerp gerelateerde artikelen zijn: 'Omzetbelasting: leveringen en diensten', 'Omzetbelasting: tarieven en vrijstellingen' en 'Aftrek van btw'. Deze artikelen kunt u eveneens raadplegen in deze kennisbank.
Bent u niet geregistreerd?
Registreer nu voor de Kennisbank WEKA Financieel en krijg direct toegang tot:
Ontvang het rapport ‘Stappenplan Kostencalculatie’ gratis, wanneer u zich inschrijft voor de nieuwsbrief van WEKA Financieel!
Heeft u echt lastige Excel-vragen? Overleg die met de professionele Adviesdesk. Dan hoeft u nooit meer uren te stoeien met lastige formules.