In Nederland wordt er omzetbelasting geheven als er goederen worden geleverd en diensten worden verricht. De verwerving van goederen (invoer binnen Europa) en invoer van goederen (invoer van buiten Europa) blijft hier buiten beschouwing. De begrippen 'levering' en 'dienst' hebben voor de omzetbelasting een eigen betekenis die zo ruim is dat ook handelingen die in het spraakgebruik niet als levering of dienst worden bestempeld, dit voor de omzetbelasting wél kunnen zijn.
De meeste leveringen die in de heffing van omzetbelasting worden betrokken, zijn juridische leveringen: gewone koop en verkoop van goederen. Onder goederen worden alle lichamelijke stoffelijke objecten verstaan. Niet-lichamelijke zaken kunnen dus niet geleverd worden in de zin van de Wet op de omzetbelasting. De niet-lichamelijke zaken (licenties en dergelijke) worden toch in de heffing van omzetbelasting betrokken doordat ze worden aangemerkt als diensten. De enige uitzondering op deze regel zijn elektriciteit, gas, warmte, koude en dergelijke. Deze zaken staan uitdrukkelijk in de wet vermeld als zaken die in de zin van de omzetbelasting als 'goederen' moeten worden beschouwd, en dus geleverd kunnen worden. Naast de gewone juridische leveringen noemt de Wet op de omzetbelasting situaties die ook als levering worden aangemerkt. Hieronder noemen we de belangrijkste.
Bent u niet geregistreerd?
Registreer nu voor de Kennisbank WEKA Financieel en krijg direct toegang tot:
Ontvang het rapport ‘Stappenplan Kostencalculatie’ gratis, wanneer u zich inschrijft voor de nieuwsbrief van WEKA Financieel!
Heeft u echt lastige Excel-vragen? Overleg die met de professionele Adviesdesk. Dan hoeft u nooit meer uren te stoeien met lastige formules.