Dga komt niet onder stamrechtvoorwaarden uit

Door: Lianne Bouman | redactie: WEKA Financieel | 15 juni 2011
Het is als directeur-grootaandeelhouder (dga) niet toegestaan gebruik te maken van de stamrechtvrijstelling bij het omzetten van een pensioenaanspraak in een stamrecht bij een bv. Bij omzetting moet de dga gewoon afrekenen over de waarde van de pensioenaanspraak. Dit oordeelde de rechtbank in Breda.

De stamrechtvrijstelling is van toepassing op de aanspraak om een periodieke uitkering te ontvangen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gouden handdruk bij voortijdig ontslag.

 

De zaak

Een vrouw die samen met haar echtgenoot 50% bezat van de aandelen in een bv waar zij zelf ook directrice van was. In 1999 waren in de arbeidsovereenkomst afspraken gemaakt over de opbouw van haar pensioen in de periode 2000 tot en met 2004. Voor het einde van 2004 verkocht de vrouw haar aandelen echter aan een derde. De waarde van haar pensioenaanspraak was per 31 december 2004 € 120.251. Vanaf 1 januari 2005 zou deze aanspraak slechts nog verhoogd worden met een rente van 6%. De hoogte van de uiteindelijke aanspraak met rente ter grootte van € 147.717 wilde de vrouw met behulp van de stamrechtvrijstelling omzetten in een stamrecht. De inspecteur keurde dit echter af. De rechtbank in Breda moest er aan te pas komen.

 

Opleggen naheffingsaanslag terecht

Rechtbank Breda vond dat er eind 2004 duidelijk sprake was van een pensioenaanspraak. De stamrechtvrijstelling ziet echter alleen op aanspraken op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfde of te derven inkomsten. Volgens de rechter kon de vrouw deze vrijstelling niet toepassen op de omzetting van de pensioenaanspraak in een stamrecht. De inspecteur had dus terecht een naheffingsaanslag opgelegd.

 

Voorwaarden

Voor de toepassing van de stamrechtvrijstelling gelden de volgende voorwaarden:

  • De uitkeringen mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin de (ex-)werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
  • De aanspraak moet worden ondergebracht bij een verzekeraar die in de wet wordt genoemd. Dit kan ook een (eigen) stamrecht-bv zijn.
  • De aanspraak mag niet zijn opgekomen uit een (pre)pensioen- of VUT-regeling die is afgekocht of vervreemd of die onzuiver is.
  • Bij het overlijden van de (ex-)werknemer mogen de uitkeringen toekomen aan de echtgenoot of partner van de (ex-)werknemer of aan zijn eigen kinderen, stiefkinderen of pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt.
  • De (ex-)werknemer heeft het bedrag van de ontslagvergoeding in fiscale zin (nog) niet genoten. Loon wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop het wordt betaald of verrekend, ter beschikking wordt gesteld of rentedragend wordt, of vorderbaar en inbaar wordt voor de werknemer.

 

Tips

Meer over dit onderwerp leest u in: